Het uitgangspunt was duidelijk, dachten wij: we steunen het werk van de school. Er mag vooral niets aan die beruchte ‘strijkstok’ blijven hangen. Maar al snel merkten we dat die grens tussen werk- en privéuitgaven in de praktijk lang niet altijd zo scherp te trekken valt.
In theorie zou het simpel kunnen zijn: is er iets nodig voor de school? Dan kunnen we daar vanuit Nederland aan meebetalen. Heb je iets nodig voor thuis, waar je nu even niet genoeg geld voor hebt? Of komen er verzoeken vanuit je familie om hulp? Jammer, maar daar kunnen we helaas niet aan beginnen. We moeten toch ergens de grens trekken?
Maar gaandeweg kwamen we er al snel achter dat zo’n glasheldere, principiële opstelling wel heel Nederlands gedacht is en in de Zambiaanse praktijk van alledag moeilijk is vol te houden.
Vangnet
In Nederland leven we in een veel meer individualistische maatschappij. Als je in de problemen komt, klop je niet bij je familie of je buren aan, maar bij de overheid of je verzekering.
In Zambia is dat vangnet er niet en zijn mensen, noodgedwongen, verantwoordelijk voor elkaar. Als jij het iets beter hebt dan de anderen om je heen, komen er daardoor al snel veel hulpvragen op je af, bij ziekte, overlijden of andere tegenslagen.
Schooldirecteur Peter en zijn gezin verdienen zelf nauwelijks geld aan de school. Ze zijn dus allesbehalve rijk. Maar als werkgever draagt Peter toch automatisch die verantwoordelijkheid voor zijn personeel en de familie daar direct omheen. Als zij in de problemen komen, kloppen ze bij Peter aan. En hij weer bij ons, zodra zijn eigen geld op is en hij het eind van de maand niet haalt.
Dilemma’s
Peters bejaarde ouders in een hutje op het platteland die niet genoeg geld hebben om hun akkertje in te zaaien. Een leerling uit een arm gezin die overlijd bij een tragisch ongeluk en begraven moet worden. Een neefje dat verdrinkt. Een zus die pas weduwe is geworden en de gevangenis in moet omdat ze de schulden waarmee ze achterblijft niet kan afbetalen. Een leerkracht die naar een begrafenis moet aan de andere kant van het land. Een naaimachine die kapotgaat en geen broodnodige bijverdiensten meer oplevert. Een oogoperatie en nieuwe bril voor een leerkracht, een tandartsbehandeling voor een andere. Het is zomaar een greep uit de grotere en kleinere hulpvragen die op ons af kwamen de afgelopen jaren.
Natuurlijk kun je zeggen: dat heeft niet direct met de school te maken, dus dat is niet ons pakkie an. Maar in een cultuur waar de school een paar dagen dicht gaat als Peter de begrafenis van een oom, neefje of leerling moet regelen, ligt dat toch anders.
In de loop der jaren hebben we ontdekt: boeken en schriften, klaslokalen en meubels zijn belangrijk, maar zijn weinig waard zonder de mensen die ermee werken. En die mensen kunnen dat alleen als ze niet in beslag worden genomen door tegenslagen in hun leven.
Natuurlijk kunnen wij ook niet alles en iedereen helpen. We blijven kritisch en wegen dit soort dilemma’s zorgvuldig af. Maar soms kun je niet anders dan zeggen: dit is gewoon nodig.
Op de foto: het dorp van Peters ouders, op het onontwikkelde platteland buiten hoofdstad Lusaka