‘Hé, dit is niet in Nederland!’ hoor ik u denken. Nee, dat klopt, dit is Sera in Kabanana. Maar ik help haar vanuit Nederland met haar eigen projectje. In 2012 ontmoette ik haar voor het eerst. Ons project was nog jong, de school – en dus ook zijzelf – had nog niet veel hulp van ons gekregen. Sera is de vrouw van Peter, de schooldirecteur. Een jonge moeder, heel slank (lees: mager) en een beetje verlegen. We konden nog niet echt communiceren bij onze eerste ontmoeting. We gingen samen in een busje naar het dorp van de ouders van Peter en we hadden een beleefdheidsontmoeting met de Chief. We keken even bij de rondavel van de ouders van Peter en bij het grote stuk land, gingen met z’n allen op de foto en stapten weer in het busje. Peter, Sera, Emmanuel en Elizabeth (hun kinderen) waren blij met de bananen die we gekocht hadden.
Een dag later gingen we bij het schooltje kijken.
We hadden een tas met schoolspullen bij ons en daar waren ze heel erg blij mee. Wij keken onze ogen uit, het was armoediger dan ik me had voorgesteld. Als oud-juf had ik van tevoren allerlei (westerse) ideeën om het onderwijs en de school aan te pakken. Maar – daar kwam ik al gauw achter – zij wonen in Afrika, met hun eigen opvattingen en inzichten. Het is hún school. Wij kunnen wel adviezen geven, zij moeten er werken. Sera verdiende wat geld door in het winkeltje wat olie, eieren, maïsmeel en snoepgoed te verkopen. In 2017 gingen we opnieuw naar Kabanana. Sera had inmiddels al wat Engels geleerd en we konden iets beter met elkaar praten. Ik vond dat ze er als gezin een stuk beter uitzagen. Niet meer zo mager. En Sera had voor het hele gezin kleding gemaakt, ze hadden geen rafelige broeken en rokken meer aan. Ruth was inmiddels geboren en Sera werkte als kinderopvang bij de school en zorgde tussen de middag voor de maïspap en groente uit de schooltuin. Het gezinnetje woonde in twee kamertjes van de nieuwe school.

Na ons bezoek zocht Sera contact met mij via WhatsApp, we wisselden nieuwtjes uit. Ze vertelde dat haar naaimachine het had begeven en we stuurden geld om hem te repareren. En toen Jorrit er een keer was, hebben ze – op mijn verzoek en op mijn kosten – een nieuwe naaimachine gekocht. Ik heb haar ontwikkeling een beetje ‘geadopteerd’, vind het mooi dat ze op allerlei manieren van haar talenten gebruik maakt. Ik dacht dat ze een elektrische naaimachine wilde hebben, maar ze zocht een handnaaimachine uit. Ze hebben niet constant stroom, dus dan heb je niet altijd iets aan een elektrisch exemplaar. Ze stuurde wel eens foto’s van kledingstukken die ze maakte, heel mooi. Ze zorgde er ook voor dat de leerlingen er keurig uitzagen in hun schooluniformen.
Begin 2025 stuurde Sera me een berichtje, ze wilde heel graag een naaiopleiding gaan doen. Ik vroeg haar hoeveel kwacha’s ze daarvoor nodig zou hebben en die berekening kwam een appje later. Ik liet haar weten dat ze aan haar opleiding mocht beginnen en daar was ze heel blij mee. Ze stuurde foto’s en filmpjes om me op de hoogte te houden. Jonathan – de jongste van de vijf kinderen (tussendoor was ook Esther nog geboren) had ze in een draagdoek bij zich, zo gaat dat daar. Naast het bedrag voor de opleiding moest Sera ook nog de nodige materialen (stoffen, garen, naalden) aanschaffen en aan het eind van de cursus kwamen er nog examenkosten en de diploma-uitreiking bij. Dat laatste is altijd een heel officiële gebeurtenis, die ook het nodige kost. Maar afijn, het hoort er allemaal bij.
Daarna vertelde Sera dat ze graag een shop wilde beginnen waar ze kleding kon maken en verkopen. Daar had ze twee machines voor nodig. Ik informeerde eerst maar eens wat er met de vorige naaimachine was gebeurd, die had ze net twee jaar. Tja, die was stuk gegaan (goedkope Chinese rommel), dus daar had ze niets meer aan. Uit haar appjes bleek wel hoe heel erg graag ze haar winkeltje wilde beginnen en ik streek over mijn hart: een nieuwe naaimachine – dit keer toch een elektrische, daar had ze op de cursus ook mee gewerkt, dat was toch wel heel handig – kwam er. De andere machine – een lockmachine – moet nog even wachten. Eerst maar eens kijken hoe de zaken gaan!